Het akkoord verbetering productsamenstelling heeft tot doel het zout-, verzadigd vet- en/of suikergehalte te verlagen in samengestelde producten, op zodanige wijze dat de spreiding van het zout-, verzadigd vet- en/of suikergehalte binnen productcategorieën kleiner wordt.

Van producten binnen een productcategorie verschillen vaak, in meer of mindere mate, het zout-, verzadigd vet- en/of suikergehalte. Er zijn producten die ten opzichte van gelijksoortige producten een hoog gehalte hebben (de pieken). In de eerste afspraak wordt een norm gesteld om de pieken te verlagen, hierdoor wordt de spreiding binnen de productgroep kleiner en het gemiddelde gehalte binnen de productcategorie lager.

In de meeste gevallen wordt in de eerste afspraak voor zout-, verzadigd vet- en/of suikerreductie gekeken naar het gehalte van de afzonderlijke producten binnen de productcategorie. Deze gehaltes worden van laag naar hoog naast elkaar gezet, onafhankelijk van het marktvolume van de afzonderlijke producten. Er ontstaat een S-curve (zie figuur 1). In de afspraak wordt een maximumnorm ingesteld. Dit betekent dat in alle producten in de productcategorie die een gehalte hebben boven de gestelde maximumnorm aangepast moeten worden. Na deze aanpassing vlakt de grafiek af (zie figuur 2). Er zal dan een nieuw gemiddelde ontstaan, die lager ligt dan het oude gemiddelde.

Producten die een zout- verzadigd vet- en/of suikergehalte onder de norm hebben, zullen niet stijgen naar het in de afspraak vastgestelde maximum.

Thumbnail

 

Thumbnail

 

In nieuwe afspraken voor de betreffende productgroep kan dan vervolgens (stapsgewijs) het maximum verder worden verlaagd. Tot op heden is niet meegenomen wat het marktvolume van de verschillende producten is. Het is dus onduidelijk wat de impact is van de verlaging van de maximumnorm op de inname door consumenten. Er wordt in 2016 bekeken in hoeverre marktvolumes bij vervolg afspraken meegenomen kunnen worden om een beter inzicht te krijgen in het effect van de afspraken.